Terug naar de homepage van Universiteit Leiden Studieondersteuning

Studentenpsychologen

Een gesprek beginnen
Als je niet weet hoe je een gesprek kunt beginnen, of als je merkt dat een gesprek snel inzakt, dan kunnen de volgende tips bruikbaar voor je zijn. Deze tips kunnen je helpen om hindernissen te overwinnen, jouw vaardigheden te vergroten en een eigen stijl van contact maken te ontwikkelen
Samenvatting een gesprek beginnen
  1. Het is een wijd verbreid misverstand dat je alleen een gesprek kunt beginnen op een flitsende en originele wijze. Dit idee hindert het aanknopen van een gesprek.
  2. Gesprekken beginnen bijna altijd voorzichtig zodat beide gesprekspartners zich gemakkelijk kunnen terug trekken.
  3. Cliché-opmerkingen zijn bruikbaar om te beginnen, want de belangrijkste boodschap is eigenlijk 'Ik wil een gesprek beginnen'.
  4. Stel open vragen ('Wat vind je van ....?') over onderwerpen die gemeenschappelijk zijn.
  5. Luister en merk op dat er vaak, naast een antwoord op je vraag, ook extra informatie wordt gegeven.
  6. Gebruik die extra informatie om het gesprek te verdiepen.
  7. Er ontstaat alleen een persoonlijk gesprek als je ook iets over jezelf wilt zeggen.
1. "Originaliteit" is niet nodig om een gesprek te beginnen
Mensen die een gesprek willen beginnen streven er vaak naar om 'origineel' te zijn of een 'vlotte en spontane indruk' te maken. Dit lijkt vaak gebaseerd te zijn op de redenering dat mensen die 'snelle' opmerkingen kunnen maken, 'spontaan overkomen' en 'zichzelf durven zijn', aardig en aantrekkelijk worden gevonden. 'Daar wil iedereen vast wel mee omgaan!' is de conclusie. Deze redenering komt vaak voor, maar als je er even over nadenkt dan merk je dat er een aantal zaken niet kloppen. 'Jezelf zijn' wordt op een heel specifieke manier omschreven, namelijk als 'vlot gebekt' en 'flitsend' en nooit met de mond vol tanden staan.
Onder 'jezelf zijn' wordt over het algemeen niet verstaan dat je in bepaalde situaties je weleens verlegen zult voelen en niet zo gauw weet wat je moet zeggen. Maar ben je dan niet jezelf? (Wel eens een ander geweest?) Is verlegenheid niet normaal? Ben je trouwens wel eens na gegaan of al die vlotte opmerkingen erg origineel zijn? (Observeer, groepen om je heen en op TV, en je zult merken dat mensen die vlot doen een beperkt repertoire hebben van gedragingen. Daar is weinig origineels aan, want het is meestal gewoon een toneelstukje met herhalingen)
Verlegenheid kan lastig zijn, maar is geen ramp
De verlegen kant van jezelf verbergen maakt de situatie alleen maar moeilijker en hindert bij het aanknopen van een gesprek. Verlegenheid kan heel vervelend aanvoelen, maar hoeft een gesprek niet onmogelijk te maken. Helaas veroorzaken sommige gedachten en denkpatronen over deze verlegenheid extra problemen. Een voorbeeld hiervan is: 'Ik moet vlot overkomen' en 'Ik voel me verlegen, dus zullen ze mij wel stom vinden en dus kan ik maar beter mijn mond houden'.
Een ander voorbeeld van een hinderlijk denkpatroon is 'spontaan' willen zijn. Het is hinderlijk omdat doodnormaal gedrag verboden lijkt te zijn. Mag onder 'spontaan' ook blozen vallen en het gevoel dat je met je mond vol tanden staat? Of zijn alleen maar zogenaamde vlotte opmerkingen 'spontaan'?
Het is duidelijk dat blozen heel vervelend kan aanvoelen en dat sommigen voor blozen of mensen die blozen zeer gevoelig zijn. Eveneens kan met je mond vol tanden staan zeer onaangenaam zijn, maar de heftige afkeuring die je voorspelt zal bijna nooit optreden. En mocht vervelend doen, dan heb je te maken met iemand die dit kennelijk voor zichzelf nodig heeft en zegt dat niets over jou. Je kunt je dan maar beter afvragen of je wel in goede gezelschap bent.
Maak een begin met het aanpakken van deze negatieve gedachten en denkpatronen door helder over sociale situaties na te denken en doorbreek het geloof in onrealistische denkpatronen. Overigens is het eigenlijk zelfs wel 'origineel' om tegen iemand te zeggen dat je graag een gesprekje wil beginnen, maar niet zo goed weet hoe te beginnen. Als je dat meent kan dat een uitstekend begin zijn. De kleur van je gelaat is daar niet zo relevant bij.
Forceer jezelf niet
Jezelf forceren tot gedrag dat niet bij je past en krampachtig gevoelens verbergen die je nu eenmaal voelt, staat het leggen van persoonlijk contact in de weg. Het gestelde ideaal, namelijk 'vlot doen' helpt niet, maar hindert en is gebaseerd op beperkte opvattingen en kromme redeneringen. Deze gedachten en denkpatronen zijn aangeleerd en dat zou wel eens met voorbeelden uit reclame, TV en de film te maken kunnen hebben.
De manier waarop personen in sommige films contact met elkaar maken, door spitse en snelle opmerkingen, wordt door nogal wat mensen als ideaal gesteld ('Als ik dat ook kan, dan ...'). De toeschouwer is geneigd de 'filmmanier' als een na te streven voorbeeld te nemen maar vergeet dat een tekstschrijver en soms zelfs een heel team lang heeft nagedacht over deze opmerkingen.
Iets vergelijkbaars geldt voor TV programma's. De deelnemers aan shows en quizzen zijn geselecteerd op hun (onechte) vlotte babbels en het programma wordt van te voren grotendeels ingestudeerd. Als je dat weet dan kijk je anders naar zo'n TV programma en zal ook het beperkte repertoire van 'vlotte' gedragingen opvallen.
Tenzij je een ervaren toneelspeler bent, verhindert het willen imiteren van deze voorbeelden juist dat je op jouw manier een gesprekje aanknoopt. Deze vlotte stijl en snelle opmerkingen zijn ook absoluut niet nodig. De meeste gesprekken beginnen niet op een flitsende, originele wijze, maar op een voorzichtige manier, namelijk met doorsnee opmerkingen en dooddoeners, kortom met clichés.
De waarde van cliché-opmerkingen
Cliché-achtige opmerkingen hebben weliswaar inhoudelijk weinig waarde maar hebben wel een belangrijke signaalwaarde. Iemand zegt bijvoorbeeld iets over het weer. Beide gesprekspartners weten dat dit een gecodeerd bericht is, namelijk. 'ik zoek contact met je'. Het is voor beide gesprekspartners ook een voorzichtige manier van contact zoeken, want je kunt je er gemakkelijk uit terug trekken of het laten bij het weer. Een gesprek beginnen met een dergelijke opmerking kan dus heel effectief zijn. Het is een voorzichtige opening waar je niemand mee overvalt. Als je echter blijft door gaan met oppervlakkige opmerkingen, dan blijft het gesprek onpersoonlijk en dat is toch vaak niet zo interessant.
Begin over je wat gemeenschappelijk hebt
Over de situatie waarin je gezamenlijk met je gesprekspartner bent is altijd wel iets te zeggen. Dat zou kunnen zijn: het lange wachten op de bus, de werkgroep, de muziek op een feest, het eten in het eetcafe, enz. Als je maar eenmaal een begin hebt, dan kan je verder uitzoeken of jij en je gesprekspartner dit gesprek wensen voort te zetten. Als student hebt je altijd iets gemeenschappelijks met je medestudenten, namelijk de studie. Mocht iemand geen zin hebben daar over te praten, dan is daar weer een interessant gesprek over te voeren.
2. Non-verbale signalen zijn belangrijk
Mensen reageren niet alleen op woorden, maar ook op de non-verbale signalen die je uitzendt. Voorbeelden daarvan zijn de manier van zitten (naar voren gebogen / achterover zittend), iemand al dan niet (af en toe) aankijken, de toon en het volume van je stem, enz. Over het algemeen wordt naar iemand toebuigen, iemand aankijken (zonder te staren), af en toe "hum" zeggen en met het hoofd knikken als blijk van interesse opgevat.
Heb aandacht voor het volgende. Al maak je nog zulke uitnodigende opmerkingen, indien je met je lichaam het tegendeel 'zegt' (bijvoorbeeld door een zeer grote afstand te houden, of met een afgewend hoofd te praten) dan zal het gesprek moeilijk op gang komen. Ook al bedoel je het niet zo, mensen zijn geneigd uit deze non-verbale signalen op te maken dat je geen contact met hen wenst. Iemand denkt dan snel 'die wil niet met mij praten, want die vindt mij zeker niet interessant', of 'nou, dan niet'.
Iemand pertinent niet aankijken kan een gesprek bemoeilijken. Maar in tegenstelling tot wat nogal eens wordt beweerd, houdt oogcontact niet in dat je iemand voortdurend ferm in de ogen kijkt. Gangbaar is af en toe in de richting kijken van de gesprekspartner en af en toe iemand even echt aankijken.
Ook kleding heeft een signaalwaarde. Mensen zeggen weleens dat ze 'maar wat uit de kast pakken' en verder geen aandacht hebben voor kleding. Nu is die kleding toch meestal zelf door jou in die kast gelegd (tenzij je moeder dat doet, maar dan moet je er eens over nadenken of dat geen grote nadelen heeft) en gebaseerd op een keuze. Het is mogelijk dat je er voor kiest om weinig aandacht aan kleding te geven en dan is je non-verbale boodschap aan anderen 'Kleding interesseert mij niet'. Maar, zonder dat het nodig is dat je dagelijks modebladen raadpleegt, kan je natuurlijk ook proberen uit te zoeken wat bij je past, waar jij je prettig in voelt en hoe je jezelf visueel wilt presenteren. Hoe dan ook, een onverzorgd uiterlijk wordt als afstand nemen opgevat en stoot af.
Realiseer je wel dat het allemaal niet zo precies werkt en dat er niet één juiste manier is. De non-verbale signalen zijn maar een onderdeel van een complex proces waarbij twee mensen voorzichtig uitzoeken of ze een gesprekje willen beginnen.
3. Stel open vragen
Een gesprek kun je beginnen met het stellen van een (niet-originele) open vraag, bijvoorbeeld 'Hoe vond je de werkgroep?' Een open vraag lokt meer dan alleen maar 'ja' of 'neen' uit en stimuleert een gesprek. Een gesloten vraag, bijvoorbeeld 'Vind je dit boek interessant?' is een vraag die kort is te beantwoorden met alleen 'ja' of 'neen'. Dit antwoord geeft slechts minimale informatie en je loopt het risico dat je dan weer een nieuwe vraag moet bedenken.
Open vragen leveren altijd extra informatie op. Stel je ziet bij iemand een boek liggen en stelt de open vraag 'Wat vind je van dit boek?' Het antwoord zou kunnen zijn 'Tja, het is wel een dik boek, maar ik vind het toch zeer interessant'. Daar kan je dan verder op ingaan, door iets te zeggen wat die persoon van dikke boeken vindt of wat hij interessant vindt. Je kunt ook doorgaan met open vragen te stellen door bijvoorbeeld 'Wat vind jij interessant in het boek?'.
4. Let op extra informatie en ga hier op in
De reactie op een open vraag bevat meestal extra informatie, dat wil zeggen dat iemand niet alleen letterlijk de vraag beantwoord maar ook iets extra's vertelt. Stel dat jouw vraag is 'Wat vind je van dit boek?' en het antwoord luidt 'Ik lees de laatste tijd niet zoveel boeken, maar ik vond het wel boeiend geschreven'. Je kunt nu bij het onderwerp blijven (het betreffende boek), maar je kunt ook op de extra informatie ingaan. In dit geval is dat 'nu weinig lezen en vroeger meer' (kennelijk is er iets veranderd) en 'boeken kunnen boeiend zijn' (kennelijk ook wel saai). Je zou kunnen vragen 'Komt het de laatste tijd niet meer zo van lezen?' of 'Wat vind je boeiend van dit boek?'. Je kunt ook een nieuwe open vraag stellen, bijvoorbeeld 'Wat doe je nog meer behalve lezen?'
Open vragen nodigen iemand uit om meer te zeggen over dat onderwerp en bevorderen daarom het gesprek. Je kunt dan zelf weer reageren op wat iemand vindt van een bepaald onderwerp en op die manier is het gesprek op gang gebracht. Te veel vragen na elkaar stellen is geen gesprek maar meer een interview. Reageren met jouw mening (ook als je denkt dat die niet belangrijk genoeg is) is een noodzakelijk onderdeel van een gesprek.
Als iemand extra informatie verstrekt naar aanleiding van jouw open vraag, dan is die persoon meestal bereid daar verder over te praten. Dacht je aanvankelijk wellicht 'Ik weet niet wat ik moet zeggen' door het stellen van open vragen ontstaat er bijna een keuzeprobleem, namelijk 'Wat kies ik uit om nader te bespreken?' Wat je uitkiest is afhankelijk van jouw persoonlijke interesse en van jouw wens om iemand beter te leren kennen.
5. Persoonlijke opmerkingen
Als je iemand in een gesprek beter wilt leren kennen, dan zal je bereid moeten zijn om ook iets over jezelf te zeggen. Je zult merken dat door over jezelf te spreken je de ander daar ook toe stimuleert. De mate van openheid van gesprekspartners loopt veelal parallel.
Over de wijze waarop je meningen en gevoelens laat blijken bestaan geen voorschriften. Een persoonlijke mening hoeft niet persé ferm of juist heel aarzelend gepresenteerd te worden. Het zijn alleen maar verschillende stijlen van jezelf presenteren.
Besef dat wat je op een bepaald moment zegt, wellicht een tijdelijke mening is. Juist door het gesprek kunnen meningen wisselen. In een goed lopend gesprek beïnvloeden mensen elkaar en komen opmerkingen voor in de trant van 'Daar zit wel wat in wat je zegt', 'Zo had ik er niet over gedacht' en 'Dat wist ik niet'.
Zeker in een eerste gesprek proberen de gesprekspartners elkaar uit. Het is een over en weer zoeken en aftasten. Vlotte en stroeve passages wisselen elkaar af. Streven naar het perfecte vlotte gesprek en alleen maar indrukwekkende 'goede' dingen willen zeggen of vooral 'aardig' gevonden willen worden belemmert dat een gesprek op gang komt.
6. Veranderen van onderwerp
Het duurt enige tijd voordat een gesprek met een vreemde op gang komt. Korte stiltes en veranderingen van onderwerp zijn gebruikelijk, voordat een gemeenschappelijk onderwerp wordt gevonden. Goed luisteren, het stellen van open vragen en het maken van persoonlijke opmerkingen leiden tot een soepele verandering van onderwerpen en het vinden van onderwerpen die voor beide gesprekspartners interessant zijn.
Het kan voorkomen dat je het zeer met iemand oneens blijkt te zijn. Dat kan een boeiend gesprek opleveren, maar het kan ook gebeuren dat je liever naar een ander onderwerp over gaat. Dat kan je doen met opmerkingen als 'Nou daar zijn we het duidelijk niet over eens. Vind je het goed dit verder maar te laten?', of de bruikbare, niet-originele opmerkingen 'Laten we het er maar over eens zijn dat we het hier niet over eens zijn'.
7. Meedoen met een gesprek dat al aan de gang is
Indien mensen bereid zijn om iemand als nieuwe gesprekspartner in een groepje erbij te aanvaarden, dan blijkt dat uit de lichaamshouding en het oogcontact. In een groepje mensen die in een kring staan wordt meestal wel wat ruimte gemaakt voor een nieuwkomer en even gekeken. Als een groepje mensen met elkaar staat te praten en jij wilt graag meedoen met hun gesprek, gelden eigenlijk dezelfde regels als bij het contact maken met één persoon. Je laat eerst door je houding (dichtbij gaan staan, mensen aankijken) of door het maken van een cliché-achtige opmerking blijken dat je met het gesprek mee wilt doen. Voorbeelden zijn 'Hoi, hoe is het met jullie?' , 'Vinden jullie het goed dat ik er bij kom?', of 'Dat klinkt wel interessant'. Vervolgens maak je jezelf tot een aantrekkelijke gesprekspartner door goed te luisteren en je interesse te laten blijken door vragen te stellen. Als je wilt kun je daarna reageren met een eigen mening maar dat hoeft niet. Ook iemand die niet het hoogste woord voert kan een gewaardeerde bijdrage aan het gesprek leveren.
Sommige groepen blijken nogal gesloten te zijn en niet erg geïnteresseerd in nieuwkomers. Dit komt ondermeer voor bij groepen die een sterke gezamenlijke band hebben door een gezamenlijke werkkring, veel met elkaar optrekken in een verenigingsverband, enz. Deze geslotenheid treedt ook op bij groepjes die, weliswaar in een openbare ruimte, een min of meer privé onderwerp bespreken. Dat zegt niets over jouw waarde als gesprekspartner. Je blijft bij gesloten groepen een buitenstaander en je kunt maar beter met anderen een gesprek beginnen. Zie het als onvriendelijk groepsgedrag en niet als een persoonlijke afwijzing. Bij wijze van spreken 'Graag of niet!'.
overzicht gesprekken voeren
©, 2001 Studentenpsychologen - Universiteit Leiden